Bij NYK, Mitsui OSK Lines (MOL) en “K” Line begint het boekjaar op 1 april. De cijfers voor hun eerste kwartaal hebben dus eigenlijk betrekking op de periode april – juni.
MOL meldde gisteren al dat het nettoresultaat een verlies van 63,3 miljoen dollar was tegenover 102,9 miljoen in het eerste kwartaal van vorig jaar. Omdat de tarieven in de containervaart stijgen en de bunkerkosten minder hoog zijn dan gebudgetteerd, hoopt de rederij het boekjaar af te sluiten met een kleine winst van twaalf miljoen dollar. NYK kon het verlies van 105 miljoen dollar uit het eerste kwartaal van 2011 dit jaar beperken tot 20 miljoen dollar. Naar het voorbeeld van MOL heeft de grootste Japanse rederij zijn bulkvloot verkleind door relatief jonge schepen te laten slopen. Omdat de toekomst van de trampvaart onzeker blijft, beperkt NYK zijn vlootuitbreidingsprogramma. Tegen 2013 wil NYK een vloot van tachtig tankers in de vaart hebben en geen 105 zoals eerst was voorzien. Ook de plannen voor de expansie van de drogebulkvloot worden voor zowel het Panamax- als het Handymax-segment getemperd. De uitbreiding van de lng-vloot gaat wel door zoals gepland. “K” Line rapporteerde een nettoverlies van 8,7 miljoen dollar, wat aanzienlijk minder is dan de 46 miljoen van vorig jaar. Net als de andere Japanse rederijen rekent “K” Line dit jaar op winst, omdat de tarieven in de lijnvaart stijgen en er fors op de kosten bespaard wordt door onder andere trager te varen. In tegenstelling tot MOL en NYK kon de lijnvaartdivisie van “K” Line in het eerste kwartaal al uit de rode cijfers komen. Verwacht wordt dat nog andere rederijen de komende dagen en weken kwartaalcijfers zullen publiceren. Mogelijk zullen die minder goed zijn dan die van hun Japanse concurrenten, omdat NYK, MOL en “K” Line konden profiteren van een sterke roro-markt voor het vervoer van nieuwe wagens. NYK en “K” Line hebben de cijfers ook opgesmukt met de beslissing een aantal schepen over een langere tijd af te schrijven. Daardoor worden die kosten over een grotere periode gespreid. MOL besloot vorig jaar al een aantal olie- en gastankers over een langere termijn af te waarderen.