Op het 6.732 teu grote containerschip dat op weg was van Charleston naar Antwerpen brak op 14 juli in het midden van de Atlantische Oceaan een brand uit. Kort daarna volgde een explosie die twee bemanningsleden het leven kostte.
Volgens de bergers van Smit Salvage is het vuur op het schip intussen onder controle. De laadruimen 4, 5 en 6 lijken grotendeels uitgebrand, maar volgens de laatste berichten komt er intussen steeds minder rook uit het zevende ruim en neemt de temperatuur in dat deel van het schip ook geleidelijk af. Afgelopen maandag konden de bergers opnieuw aan boord gaan, iets wat vorige week als gevolg van de weersomstandigheden onmogelijk was. Er worden nu delen van het schip bezocht waarin voorheen geen inspecties gehouden konden worden. De bergers verzamelen gegevens om de stabiliteit van het wrak te kunnen inschatten. Volgens Reederei NSB werd er nog geen beslissing genomen om de ‘MSC Flaminia’ naar een beschutte plek nabij een kust te laten slepen. De eigenaar heeft de keuze van zo’n locatie al verschillende keren uitgesteld, maar de vraag rijst ook welk land het wrak in zijn territoriale wateren wil toelaten. NSB onderhandelt naar verluidt met zowel de Britse als Franse, Belgische, Nederlandse, Spaanse en Portugese autoriteiten. Het risico bestaat dat de structuur van de romp van het wrak gevoelig verzwakt is als gevolg van de enorme hitte van de brand die aan boord heeft gewoed. De ‘MSC Flaminia’ helt ook nog steeds tien graden over aan stuurboordzijde en is daarmee geen welkome gast. Een gedetailleerd onderzoek naar alle individuele containers en de mogelijke oorzaak van de ramp, kan echter niet op volle zee worden uitgevoerd. De vraag waar het rampschip terecht kan, blijft echter voorlopig onbeantwoord.