Het 6.500 teu grote containerschip ligt sinds afgelopen vrijdag met zijn slepersescorte op een dertigtal zeemijl voor de zuidwestelijke punt van het Verenigd Koninkrijk, zo meldde scheepseigenaar NSB Reederei in zijn jongste perscommuniqué.
Bedoeling was dat onafhankelijke experten nog tijdens het voorbije weekend aan boord zouden gaan om de toestand van schip en lading te evalueren. Op basis van hun rapport zouden de overheden van de betrokken kuststaten - naast het VK zijn dat Frankrijk, België en Nederland - uitmaken of het schip via Kanaal en Noordzee richting Duitsland gesleept zou mogen worden en zo ja: aan welke veiligheidsvoorwaarden moet worden voldaan om die operatie toe te laten op die bijzonder drukke vaarroute.
Maar slecht weer gooide roet in het eten, zo bevestigde ons de gouverneur van West-Vlaanderen, Carl Decaluwé, die het dossier aan Belgische zijde beheert. De experten konden het schip nog niet inspecteren en het blijft dus wachten op hun bevindingen.
Pas dan zullen de verantwoordelijken van de betrokken kuststaten in een videoconferentie overleg plegen en zo nodig de te treffen veiligheids- en voorzorgsmaatregelen oplijsten. Als het schip groen licht krijgt om de tocht richting Wilhelmshaven te ondernemen, zal de sleep ook via de exclusieve economische zone (EEZ) van ons land passeren.
De situatie van het schip wordt intussen continu opgevolgd door de bevoegde instanties in België en de buurlanden, onderstreepte Decaluwé. Al die landen zullen ongetwijfeld de garantie willen dat het schip de reis aankan en er geen nieuw brand- en ontploffingsgevaar dreigt. Ook de weersomstandigheden zullen in die context nauwlettend in de gaten worden gehouden.
Over een termijn voor een definitieve beslissing met betrekking tot het doorvaren van het schip, kon de gouverneur van West-Vlaanderen zich niet uitspreken.